Jan Roëde
Jan Roëde is in 1914 in Groningen geboren en in Den haag overleden in 2007.
Jan Roëde werd geboren als Jan Roede. Hij groeide vanaf zijn vierde jaar op in Den Haag, waar hij - afgezien van enkele periodes in het buitenland - tot aan het einde van zijn leven bleef wonen en werken. Na een korte tijd in de reclame werkzaam te zijn geweest, begon hij in 1941 - 27 jaar oud - met schilderen. Hij ontwikkelde al snel een eigen, wat naïeve stijl, waarin hij kleur en vorm als zelfstandige expressiemiddelen gebruikte.
In de beginjaren van zijn kunstenaarschap verdiepte hij zich in schilderkunst en literatuur en maakte hij kennis met het Zen-boeddhisme, een levensvisie waar hij zich de rest van zijn leven door zou laten inspireren. Na de oorlog exposeerde hij in Den Haag, waar zijn werk werd opgemerkt door Willy Broers, de latere oprichter van de groepen Vrije Beelden (1947) en Creatie (1950). Op diens uitnodiging nam hij in 1946 deel aan de tentoonstelling 12 Schilders in Amsterdam. In 1946-1948 verbleef hij afwisselend in Zweden en Frankrijk (Parijs, Collioure) waar hij groot succes had met enkele solotentoonstellingen. Omdat de Fransen moeite hadden met het uitspreken van zijn naam, werkte hij vanaf 1946 onder de naam Roëde.
In Frankrijk kwam Roëde via Paul Eluard in aanraking met het surrealisme. Ook kwam hij in contact met de groep "Jeunes Peintres de Tradition Française", schilders die voortbouwden op het werk van o.a. Bonard en Matisse. In 1948 ontdekte hij bij de schilder Maurice Estève het "omgekeerde kleurenperspectief", een compositietechniek met koele kleuren op de voorgrond en sprekende, warme kleuren op de achtergrond, die hij later in zijn werk vaak zou toepassen. In dat jaar exposeerde hij bij de tentoonstelling Vrije Beelden in het Stedelijk Museum. Hoewel zijn werk uit die tijd - beïnvloed door Klee, Míro, en Picasso - enige verwantschap vertoonde met Cobra, besloot hij zich niet bij deze groep aan te sluiten. Wel deed hij in 1950 mee aan de grote tentoonstelling "Nieuwe bewegingen in de beeldende kunst" in het Stedelijk Museum.
In de jaren 50 ontwikkelde Jan Roëde zijn karakteristieke stijl: eenvoudige mens- en dierfiguren in niet-naturalistische kleurcomposities. Vanaf de tweede helft van de jaren 60 werd het kleurgebruik feller en egaler. Zijn werk omvat behalve schilderijen ook gedichten, verhalen, tekeningen, etsen, illustraties, boekomslagen, kostuums, meubeldecoraties, muurschilderingen, plastieken, glaswanden en gevelobjecten. Roëde was tot het eind van zijn leven lid van het Haagse schilderkundig genootschap Pulchri Studio. In 1968 werd er in het Haags Gemeentemuseum een eerste overzichtstentoonstelling aan zijn werk gewijd. Andere belangrijke tentoonstellingen waren er in 1984 (De doorbraak van de moderne kunst in Nederland in de jaren 1945-1951 in diverse musea), 1988 (Haags Gemeentemuseum), 1996 en 1999 (Cobramuseum Amstelveen).
Literatuur:
Erik Slagter, Jan Roëde, een kunstenaar keert terug tot zijn middelpunt, 1989
John Sillevis, Jan Roëde, deel 25 van de serie Haags Palet (november 2010) (Uitgave van de Stichting Haagse Beeldende Kunst en Kunstnijverheid)
| De blauwe kamer |
| Olieverf op doek, 45 x 55 cm |
| Vraagprijs : € 4950 |
Deze pagina is bedoeld voor browsers die geen javascript ondersteunen. Indien uw browser javascript ondersteunt kunt u onze collectie ook bekijken m.b.v. de volgende
pagina